Bekijk projecten op kaart

Over ons

De stichting werd op 16 juli 1964 opgericht op initiatief van de Vereniging Fries Scheepvaart Museum. Het museum, waaraan de afdeling Sneker Oudheidkamer (streekmuseum voor Sneek en de Friese Zuidwesthoek is verbonden) behartigde vele jaren de particuliere monumentenzorg in Sneek. Het leek gezien het groeiende aantal taken, goed voor de Sneker monumentenzorg een aparte en zelfstandige instantie in het leven te roepen.

De nieuwe stichting kocht een vervallen 18de-eeuws huis met klokgevel op de hoek van de Singel en de Kleine Palen aan en liet het restaureren. Later verworven monumentale panden lagen hier vlakbij: aan het Hoogend tussen het Grootzand en de Singel. Ze werden in fasen gerestaureerd en vervolgens verhuurd.

De stichting verwierf niet alleen panden, maar bracht ook voor derden restauraties op gang of begeleidde die, bijvoorbeeld voor het monumentale 18de-eeuwse herenhuis Kleinzand 42 en voor het buurtje ‘De Oude Jachthaven’ op de hoek van de Koopmansgracht en de Woudvaartkade.

Hoogend

Bestuursleden van de stichting publiceerden regelmatig over monumentale gebouwen in het Sneeker Nieuwsblad om de belangstelling voor de stedelijke monumenten en voor de historische binnenstad aan te wakkeren. Soms probeerden ze overheden en particulieren te weerhouden van maatregelen die het monumentale karakter van Sneek zouden aantasten: sloop van de Keizerskroon en van het ‘Kleine Weeshuis’ in de Kruizebroederstraat, de voormalig herberg bij de Oosterpoortsbrug.

Sinds 1998 is het contact tussen de stichting en de gemeente ge├»ntensiveerd en wordt in onderling overleg gezocht naar mogelijkheden het monumentale karakter van de Sneker binnenstad te behouden of te verbeteren: bijvoorbeeld door restauraties en het project ‘Wonen boven Winkels’.

Het bestuur van de Stichting Oud Sneek:

voorzitterdhr. G.J. Douma
vice-voorzitter dhr. B.J. van den Broek
secretaris mevr. T. Hendriksma-van Dijk
penningmeester  dhr. P. Damstra
  
leden dhr. M. Harkema
 dhr. E. Dieksta
 dhr. M. Muller
 mevr. H. Postma